Menoflavon
Plantaardige hormonen. Wat zijn het? Wat doen ze?
In Azië komen minder hart- en vaatziekten, borst-, darm- en prostaatkanker voor. Ook hebben aanzienlijk minder vrouwen dan in het Westen last van overgangsverschijnselen. Bij 70-80% van de menopauzale vrouwen in Europa komen opvliegers voor. In Maleisië is dat bij 57%, in China 18% en in Singapore 14%.
Het blijkt dat het voedingspatroon van grote invloed is. In Zuidoost-Azië en in Japan worden weinig verzadigd vet, veel vezels en veel verse groente gegeten en ook andere groente dan hier in West-Europa.
Soja bijvoorbeeld, maar ook verschillende granen en peulvruchten, is uitermate rijk aan zogenaamde isoflavonoïden en dan vooral genisteïne en daidzeïne. Isoflavonoïden zijn plantaardige 'hormonen'. In Europa is de inname van deze isoflavonoïden met circa 1 mg per dag erg laag. In Aziatische landen, waar sojabonen vaak en veel op het menu staan, ligt dit met 50-100 mg per dag veel hoger.
Voor de goede orde: isoflavonoïden heten wel plantaardige 'hormonen' maar eigenlijk zijn het geen echte hormonen. Ze hebben een structuur die op hormonen lijkt en worden daardoor door het lichaam als hormonen herkend. Ze binden zich aan de specifieke hormoonreceptoren van de orgaancellen en houden deze bezet.
In de vruchtbare levensfase van de vrouw zijn deze receptoren bezet door lichaamseigen oestrogenen. Maar wanneer de productie van deze hormonen in de overgang vermindert en zelfs nagenoeg helemaal tot stilstand komt, nemen deze isoflavonoïden het over.
Door hun hormonale werking hebben deze plantaardige hormonen een aantoonbaar positieve uitwerking op overgangsverschijnselen.